1 Koningen 18:7-8
7
Als nu Obadja op den weg was, ziet, zo was hem Elia tegemoet; en hem kennende, zo viel hij op zijn aangezicht, en zeide: Zijt gij mijn heer Elia?
8
Hij zeide: Ik ben het; ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein