Skip to content
1 Korinthe 10:30-32

1 Korinthe 10:30-32

30
En indien ik door genade der spijze deelachtig ben, waarom word ik gelasterd over hetgeen, waarvoor ik dankzeg?
31
Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.
32
Weest zonder aanstoot te geven, en den Joden, en den Grieken, en der Gemeente Gods.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options