Skip to content

Oboth

4 verses

31.4900, 35.7800 Bekijk op Google Maps

Verzen die Oboth noemen

  1. Toen verreisden de kinderen Israels, en zij legerden zich te Oboth.

  2. Daarna reisden zij van Oboth, en legerden zich aan de heuvelen van Abarim in de woestijn, die tegenover Moab is, tegen den opgang der zon.

  3. En zij verreisden van Funon, en legerden zich in Oboth.

  4. En zij verreisden van Oboth, en legerden zich aan de heuvelen van Abarim, in de landpale van Moab.