Skip to content

Migron

2 verses

31.8200, 35.2300 Bekijk op Google Maps

Verzen die Migron noemen

  1. Saul nu zat aan het uiterste van Gibea onder den granatenboom, die te Migron was; en het volk, dat bij hem was, was omtrent zeshonderd man.

  2. Hij komt te Ajath, hij trekt door Migron; te Michmas legt hij zijn gereedschap af.