Skip to content

Lehi

3 verses

31.7500, 34.9700 Bekijk op Google Maps

Verzen die Lehi noemen

  1. Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi.

  2. Als hij kwam tot Lechi, zo juichten de Filistijnen hem tegemoet; maar de Geest des HEEREN werd vaardig over hem; en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen.

  3. Toen kloofde God de holle plaats, die in Lechi is, en er ging water uit van dezelve, en hij dronk. Toen kwam zijn geest weder, en hij werd levend. Daarom noemde hij haar naam: De fontein des aanroepers, die in Lechi is, tot op dezen dag.