Skip to content

Elah

3 verses

31.6900, 34.9600 Bekijk op Google Maps

Verzen die Elah noemen

  1. Doch Saul en de mannen van Israel verzamelden zich, en legerden zich in het eikendal; en stelden de slagorde tegen de Filistijnen aan.

  2. Saul nu, en zij, en alle mannen van Israel waren bij het eikendal met de Filistijnen strijdende.

  3. Toen zeide de priester: Het zwaard van Goliath, den Filistijn, denwelken gij sloegt in het eikendal, zie, dat is hier, gewonden in een kleed, achter den efod; indien gij u dat nemen wilt, zo neem het, want hier is geen ander dan dit. David nu zeide: Er is zijns gelijke niet; geef het mij.