Parosh
Verzen die Parosh noemen
De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.
En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;