Skip to content

Jeshua

4 verzen · 1 familielid

Verzen die Jeshua noemen

  1. Het negende voor Jesua, het tiende voor Sechanja,

  2. De priesters. De kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig.

  3. En er werden gevonden van de zonen der priesteren, die vreemde vrouwen bij zich hadden doen wonen; van de zonen van Jesua, den zoon van Jozadak, en zijn broederen, Maaseja, en Eliezer, en Jarib, en Gedalja.

  4. De priesters: de kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig;