Skip to content

Jeremiah

4 verzen

Verzen die Jeremiah noemen

  1. Seraja, Azarja, Jeremia,

  2. Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra,

  3. En in de dagen van Jojakim waren priesters, hoofden der vaderen: van Seraja was Meraja; van Jeremia, Hananja;

  4. Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;