Jeremiah
Verzen die Jeremiah noemen
Seraja, Azarja, Jeremia,
Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra,
En in de dagen van Jojakim waren priesters, hoofden der vaderen: van Seraja was Meraja; van Jeremia, Hananja;
Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;