Skip to content

Caleb

7 verzen · 24 familieleden

Ook bekend als: Chelubai, Carmi

Verzen die Caleb noemen

  1. En de kinderen van Hezron, die hem geboren zijn, waren Jerahmeel, en Ram, en Chelubai.

  2. Kaleb nu, de zoon van Hezron, gewon kinderen uit Azuba, zijn vrouw, en uit Jerioth. En de zonen van deze zijn: Jeser, en Sobab, en Ardon.

  3. Als nu Azuba gestorven was, zo nam zich Kaleb Efrath, die baarde hem Hur.

  4. De kinderen van Kaleb nu, den broeder van Jerahmeel, zijn Mesa, zijn eerstgeborene (die is de vader van Zif), en de kinderen van Maresa, den vader van Hebron.

  5. En de huisvrouw van Saaf, den vader van Madmanna, baarde Seva, den vader van Machbena, en den vader van Gibea; en de dochter van Kaleb was Achsa.

  6. Dit waren de kinderen van Kaleb, den zoon van Hur, den eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim;

  7. De kinderen van Juda waren Perez, Hezron en Charmi, en Hur, en Sobal.