Skip to content

Bildad

5 verzen

Verzen die Bildad noemen

  1. Als nu de drie vrienden van Job gehoord hadden al dit kwaad, dat over hem gekomen was, kwamen zij, ieder uit zijn plaats, Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet; en zij waren het eens geworden, dat zij kwamen om hem te beklagen, en om hem te vertroosten.

  2. Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  3. Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  4. Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  5. Toen gingen Elifaz, de Themaniet, en Bildad, de Suhiet, en Zofar, de Naamathiet, henen, en deden, gelijk als de HEERE tot hen gesproken had; en de HEERE nam het aangezicht van Job aan.