Skip to content

Psalmen 100

Een algemene oproep tot aanbidding 1–3

1
Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
2
Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.
3
Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.

Binnengaan in Gods tegenwoordigheid met lof 4–5

4
Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.
5
Want de HEERE is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein