Skip to content
Ruth 1:8-10

Ruth 1:8-10

8
Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.
9
De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
10
En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options