Vers 1 wordt getoond met de omringende context.
1
Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.
2
Zingt vrolijk Gode, onze Sterkte; juicht den God van Jakob.
3
Heft een psalm op, en geeft de trommel; de liefelijke harp met de luit.
4
Blaast de bazuin in de nieuwe maan, ter bestemder tijd, op onzen feestdag.