Skip to content
Psalmen 78:26-31

Psalmen 78:26-31

26
Hij dreef den oostenwind voort in den hemel, en voerde den zuidenwind aan door Zijn sterkte;
27
En regende op hen vlees als stof, en gevleugeld gevogelte als zand der zeeen;
28
En deed het vallen in het midden zijns legers, rondom zijn woningen.
29
Toen aten zij, en werden zeer zat; zodat Hij hun hun lust toebracht.
30
Zij waren nog niet vervreemd van hun lust; hun spijs was nog in hun mond,
31
Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israel nedervelde.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options