5
Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen.
6
Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen.
7
Als ik Uwer gedenk op mijn legerstede, zo peins ik aan U in de nachtwaken.