- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen 33:12-22
12
Welgelukzalig is het volk, welks God de HEERE is; het volk, dat Hij Zich ten erve verkoren heeft.
13
De HEERE schouwt uit den hemel, en ziet alle mensenkinderen.
14
Hij ziet uit van Zijn vaste woonplaats op alle inwoners der aarde.
15
Hij formeert hun aller hart; Hij let op al hun werken.
16
Een koning wordt niet behouden door een groot heir; een held wordt niet gered door grote kracht;
17
Het paard feilt ter overwinning, en bevrijdt niet door zijn grote sterkte.
18
Ziet, des HEEREN oog is over degenen, die Hem vrezen, op degenen, die op Zijn goedertierenheid hopen.
19
Om hun ziel van den dood te redden, en om hen bij het leven te houden in den honger.
20
Onze ziel verbeidt den HEERE: Hij is onze Hulp en ons Schild.
21
Want ons hart is in Hem verblijd, omdat wij op den Naam Zijner heiligheid vertrouwen.
22
Uw goedertierenheid, HEERE! zij over ons; gelijk als wij op U hopen.
Settings