Psalmen 18:37-43
37
Gij hebt mijn voetstap ruim gemaakt onder mij, en mijn enkelen hebben niet gewankeld.
38
Ik vervolgde mijn vijanden, en trof hen aan; en ik keerde niet weder, totdat ik hen verdaan had.
39
Ik doorstak hen, dat zij niet weder konden opstaan; zij vielen onder mijn voeten.
40
Want Gij omgorddet mij met kracht ten strijde; Gij deedt onder mij nederbukken, die tegen mij opstonden.
41
En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, en mijn haters, die vernielde ik.
42
Zij riepen, maar er was geen verlosser; tot den HEERE, maar Hij antwoordde hun niet.
43
Toen vergruisde ik hen als stof voor den wind; ik ruimde hen weg als slijk der straten.
Settings