Psalmen 18:37-39
37
Gij hebt mijn voetstap ruim gemaakt onder mij, en mijn enkelen hebben niet gewankeld.
38
Ik vervolgde mijn vijanden, en trof hen aan; en ik keerde niet weder, totdat ik hen verdaan had.
39
Ik doorstak hen, dat zij niet weder konden opstaan; zij vielen onder mijn voeten.