Spreuken 6:9-11
9
Hoe lang zult gij, luiaard, nederliggen? Wanneer zult gij van uw slaap opstaan?
10
Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende;
11
Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.