Spreuken 5:9-11
9
Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;
10
Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;
11
En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;