Spreuken 30:11-14
11
Daar is een geslacht, dat zijn vader vervloekt, en zijn moeder niet zegent;
12
Een geslacht, dat rein in zijn ogen is, en van zijn drek niet gewassen is;
13
Een geslacht, welks ogen hoog zijn, en welks oogleden verheven zijn;
14
Een geslacht, welks tanden zwaarden, en welks baktanden messen zijn, om de ellendigen van de aarde en de nooddruftigen van onder de mensen te verteren.
Settings