Spreuken 2:1-9
1
Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;
2
Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;
3
Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;
4
Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;
5
Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden.
6
Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.
7
Hij legt weg voor de oprechten een bestendig wezen; Hij is een Schild dengenen, die oprechtelijk wandelen;
8
Opdat zij de paden des rechts houden; en Hij zal den weg Zijner gunstgenoten bewaren.
9
Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.
Settings