Skip to content
Numeri 14:36-39

Numeri 14:36-39

36
En die mannen, die Mozes gezonden had, om het land te verspieden, en wedergekomen zijnde, de ganse vergadering tegen hem hadden doen murmureren, een kwaad gerucht over dat land voortbrengende;
37
Diezelfde mannen, die een kwaad gerucht van dat land voortgebracht hadden, stierven door een plaag, voor het aangezicht des HEEREN.
38
Maar Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, bleven levende van de mannen, die heengegaan waren, om het land te verspieden.
39
En Mozes sprak deze woorden tot al de kinderen Israels. Toen treurde het volk zeer.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options