Skip to content
Leviticus 11:29-31

Leviticus 11:29-31

29
Verder zal u dit onder het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, onrein zijn: het wezeltje, en de muis, en de schildpad, naar haar aard;
30
En de zwijnegel, en de krokodil, en de hagedis, en de slak, en de mol;
31
Die zullen u onrein zijn onder alle kruipend gedierte; zo wie die zal aangeroerd hebben, als zij dood zijn, zal onrein zijn tot aan den avond.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options