Skip to content
Jesaja 26:17-18

Jesaja 26:17-18

17
Gelijk een bevruchte vrouw, als zij nadert tot het baren, smarten heeft, en schreeuwt in haar weeen, alzo zijn wij geweest, o HEERE! vanwege Uw aangezicht.
18
Wij waren bevrucht, wij hadden de smarten, maar wij hebben niet dan wind gebaard; wij deden het land geen behoudenis aan, en de inwoners der wereld vielen niet neder.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein