Skip to content
Genesis 27:33-35

Genesis 27:33-35

33
Toen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.
34
Als Ezau de woorden zijns vaders hoorde, zo schreeuwde hij met een groten en bitteren schreeuw, gans zeer; en hij zeide tot zijn vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader!
35
En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options