Genesis 25:1-6
1
En Abraham voer voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketura.
2
En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.
3
En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten.
4
En de zonen van Midian waren Efa en Efer, en Henoch en Abida, en Eldaa. Deze allen waren zonen van Ketura.
5
Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had.
6
Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.
Settings