Skip to content
Ezechiël 35:1-4

Ezechiël 35:1-4

1
Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
2
Mensenkind! zet uw aangezicht tegen het gebergte Seir, en profeteer tegen hetzelve,
3
En zeg tot hetzelve: Alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o gebergte Seir! en Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en zal u stellen tot een verwoesting en een schrik.
4
Ik zal uw steden stellen tot eenzaamheid, en gij zult een verwoesting worden, en zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options