Skip to content
Exodus 28:1-2

Exodus 28:1-2

1
Daarna zult gij uw broeder Aaron, en zijn zonen met hem, tot u doen naderen uit het midden der kinderen Israels, om Mij het priesterambt te bedienen: namelijk Aaron, Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar, de zonen van Aaron.
2
En gij zult voor uw broeder Aaron heilige klederen maken, tot heerlijkheid en tot sieraad.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 90 chars

Options