Skip to content
Deuteronomium 12:2-4

Deuteronomium 12:2-4

2
Gij zult ganselijk vernielen al de plaatsen, alwaar de volken, die gij zult erven, hun goden gediend hebben; op de hoge bergen, en op de heuvelen, en onder allen groenen boom.
3
En gij zult hun altaren afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen met vuur verbranden, en de gesneden beelden hunner goden nederhouwen; en gij zult hun naam te niet doen uit diezelve plaats.
4
Gij zult den HEERE, uw God, alzo niet doen!
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 90 chars

Options