2 Samuel 22:8-10
8
Toen daverde en beefde de aarde; de fondamenten des hemels beroerden zich, en daverden, omdat Hij ontstoken was.
9
Rook ging op van Zijn neus, en een vuur uit Zijn mond verteerde; kolen werden daarvan aangestoken.
10
En Hij boog den hemel, en daalde neder; en donkerheid was onder Zijn voeten.