Skip to content

Kenath

2 verses

32.7500, 36.6100 Bekijk op Google Maps

Verzen die Kenath noemen

  1. En Nobah ging heen, en nam Kenath in, met haar onderhorige plaatsen, en noemde ze Nobah naar zijn naam.

  2. En hij nam Gesur en Aram, met de vlekken van Jair, van dezelve, met Kenath, en haar onderhorige plaatsen, zestig steden. Deze allen zijn zonen van Machir, den vader van Gilead.