Naar de inhoud

Bigtha

1 vers

Zoeken naar "Bigtha"

Verzen die Bigtha noemen

  1. Op den zevenden dag, toen des konings hart vrolijk was van den wijn, zeide hij tot Mehuman, Biztha, Charbona, Bigtha en Abagtha, Zethar en Charchas, de zeven kamerlingen, dienende voor het aangezicht van den koning Ahasveros,